juni 18, 2004

Wat een geluk . . . . .

18 te mogen zijn met een levenservaring van 35 jaar!

Terugkijkend op de afgelopen 53 jaar is het onvoorstelbaar dat ik, en mijn generatie, zo lang hebben kunnen overleven!

Als kind zat ik samen met mijn broertjes en zusje in de auto. Zonder kinderzitjes, gordels of airbags reden we hobbelbonkend duizenden kilometers naar landen waar we met open mond bestaard werden in auto’s die qua omvang en degelijkheid nog niet de helft waren van de gemotoriseerde veiligheidstanks waarin men zich tegenwoordig placht te vervoeren.

Na die spannende avonturen sliepen we thuis weer in onze bedjes die waren geschilderd in prachtige kleuren met verf vol met lood en cadmium. De deuren en ramen van de huizen waar we woonden bedreigden continue onze tere vingertjes en waren we op onderzoekingstocht dan konden we de medicijnflesjes uit de apotheek gewoon open krijgen, net als overigens de fles met bleekmiddel.

Overdag speelden we buiten. We bleven de hele dag weg en hoefden naar huis als de straatlantaarns aangingen. Niemand wist waar we waren en we hadden geen mobiele telefoon mee. We fietsten zonder helm. We bouwden zeepkisten en na de eerste rit, vanaf het talud bij het spoor, bleek een rem toch wel nuttig te zijn. We groeven holen en ondergrondse hutten in het Indianenbos, dat alleen bekend was bij mijn broertjes en m’n vriendjes. Soms stortte er wel eens een hut of hol in en dan groeven we weer verder. We bedachten zelf spelletjes met stokken en tennisballen. Met de stokken prikten we elkaar bijna nooit in de ogen.

We sneden ons of braken onze botten en tanden. Het waren gewoon ongelukken en de enige die schuld hadden waren we zelf. Er werd niemand voor aangeklaagd. We hadden vechtpartijen, sloegen elkaar blauwe ogen of trapten bordkartonnen slaapkamerdeuren in. Soms hadden onze daden consequenties. Dat was logisch en daar kon zich niemand voor verstoppen. Als iemand van ons iets verbodens had gedaan, was het normaal dat onze ouders ons er niet uithaalden. In tegendeel, ze waren het met de politie eens!

We dronken water met de mond aan de kraan in plaats van uit een fles. We aten koekjes, brood met dik boter, dronken limonade op verjaardagsfeestjes en werden evengoed niet te dik. We dronken met vrienden uit dezelfde fles en niemand ging daar dood aan. We aten wurmen en die leefden niet voor altijd in onze magen verder.

We hadden geen: Playstation, Nintendo, X-box, Videogames, 64 TV-zenders, Videofilm,Surround-sound, een eigen TV,computer en Internet-chatrooms.


Wat wij hadden waren VRIENDEN. We gingen gewoon naar buiten en daar kwamen we elkaar tegen. We gingen naar hun huis en belden aan. Of we gingen soms gewoon naar binnen zonder aan te bellen. En dat zonder van te voren af te spreken en zonder dat onze ouders dat wisten.
Niemand bracht ons en niemand haalde ons weer op... Hoe was het in godsnaam mogelijk? We deden het allemaal zelf……………


Tja…….. dat ik deze leeftijd gehaald heb.

(tekst ontvangen van een goede vriend, is van toepassing op eenieder die ietsje ouder is)

Posted by harry at juni 18, 2004 12:39 am
Comments

Tja... Times they are a'changing!
Ik kan me nog wel herinneren dat we bij jouw ouders (opa en oma) met de hele familie gespannen bij elkaar zaten, want Ome Jan uit Austalie zou bellen. Tien gulden per minuut. Wat zeg je dan in zo'n minuut.
Inmiddels is de wereld een stuk kleiner geworden, emigreren is geen punt meer, telefoonkosten zijn te verwaarlozen en dan is er nog internet! Met email en tegenwoordig de weblogs.
En dan heb ik het nog geeneens over de mogelijkheden om te reizen, kijk zelf maar eens waar je de afgelopen jaren allemaal bent geweest, dat kon allemaal niet in de tijd dat je nog met lood en cadmium aan het verven waa, haha!
Niettemin is een dergelijke flashback best nuttig, het doet je weer het e.e.a. beseffen!

Posted by: CasaSpider at juni 18, 2004 03:40 pm